CV.
‘Herken den boetling dan, die neêrzinkt aan uw voet,
En vraag, neen vraag hem niet, wat gij vergeven moet,
Vergeet een booze grap, die hij in ernst nooit meende,
Die hij met diep berouw in eenzaamheid beweende,
En schenk hem, op deez' dag van zegen roem en eer,
Uw goede vriendschap en - uw lieve dochter weêr....’
Hij slaat zijn mantel op, zijn hoed is afgevallen
En - 'k zeg niet wie hij is, want gij herkent hem allen!’