Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XXXIII.

De Ridder voert in huis een despotieken toon: Háár schepter is 't verstand, en zachtheid - háár geboôn. Zóó geniaal weet zij met Manlief om te springen, Dat zij nooit kibblen, nooit! en toch - de meeste dingen Ten slotte naar heur wil geschieden. Bij veel liefs Heeft zij iets deftigs en van avond iets pensiefs, Zoo tusschenbeide laat zij stil haar handwerk varen En blijft glimlachend op haar oudste dochter staren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove