VI.
Te Delft.... Gij kent toch Delft? Dit stadje is schoon gelegen,
Vlak aan den spoorweg, tot mijn groote vreugde en zegen.
Een stadjen oud van Faam! en thans beroemd nog door
Haar Akademie en haar Boter. Naar ik hoor,
Is de eerste nog maar lang zoo goed niet als de tweede,
Maar die is ook volmaakt! 'k Laat de andre liefst met vrede.