XI.
En och, deze angst is een beginsel maar der smarte,
Steeds dreigend nu voortaan uit de onbekende verte,
Waar 't aangebeden kind, naar 't oude Bijbelwoord,
Den man gevolgd is, wien haar teeder hart behoort;
Den man - den Roover, dien de moeder in haar droomen
Reeds bij haar dochters wieg, uit Java, aan zag komen!