XX.
Zoo is dan onze lucht vol droomen en vol zuchten,
Die waaien uit den Oost, die naar het Oosten vluchten,
Alleen wat jammer is - ook voor mijn huidig lied -
Wat Delft heeft van den Oost, het oostersch dichtvuur niet.
De kunstnaars zijn er meest wiskunstnaars, geen poëeten,
Tenzij - doch Vrienden, gij hoeft alles niet te weten.