Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XVII.

Geen tranen dan, in 't oog - maar luimig, opgewonden, Ontsteld is onze vriend straks plotseling verzwonden, Bij de aankomst van den brief. Hij scheen u vast, niet waar? Een zonderling, in taal en houdíng vrij bizaar? Uw menschenkennis eer! doch vatten wij elkander: Een Zonderling is een; een Quibus is een ander.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove