Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XXXVI.

Een ieglijk neemt zijn plaats, de dames aan den disch, De heeren aan den haard; de konverzatie is Het weêr en 't pootje steeds. Straks zullen onze heeren Zich mooglijk om den staat der fondsen alarmeeren... Wij luistren liever niet, tenzij des ridders neus Tot paarschheid overslaat, dan wordt de zaak kurieus. Voorts weten we allen dat Jan Helmers' groote Natie Niet machtig groot is in de kleine konverzatie!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove