VII.
Haar gouden eeuw vlood heen, sinds Mary niet meer kind was,
Schoon ze om haar goede ziel in huis nog al bemind was;
Zij had een tikje weg van stille jaloezij,
Ook hield ze nog al van een lieve plagerij,
En als het mijn verhaal niet al te zeer deed zwellen,
Dan waagde ik 't wel van haar een grapje te vertellen.