XXVII.
Ik sprak tot iedre maagd, die 't hoofd vult met romannetjes,
En verzen: schaapjelief, pas op de Don Juannetjes!
Houd oog en oor en hart en mond en venster toe!
Doe nooit met schaken mee of kwalijk rendez-vous,
En stel die heeren, die zich onweerstaanbaar droomen,
Eerst maanden op de proef: 't kon je anders slecht bekomen.