XV.
Zoo sprak of dacht wel vaak, het hart vol liefdezorgen,
Vol angst en ernst, temet in dwazen luim verborgen,
Zoo sprak of dacht, het oog op 't liefste dochtrenpaar,
- De een was goed zestien pas en de ander achttien jaar -
Dat immer 't jonge Delft langs 't oude Delft zag zweven,
Mijn Delftsche vriend, gij vat, diezelfde van daareven.