Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

I. de protégé

Men heeft met eer en gunst mij overladen, Beloofde hulp en voorspraak, gaf mij raden, En riep: ‘geduldig, geduldig maar, wees tevree, Want gij zijt onze protégé!’ Intusschen, ik mocht goed geprotégeerd zijn, Toch zou ik haast van honger gekrepeerd zijn, Zoo niet een brave, brave man in 't end Mij had verlost uit mijne ellend. Een brave, ja! want hij, hij gaf mij - te eten! Daar zal mijn hart hem eeuwig dank voor weten; Hoe jammer dat 'k hem niet eens kussen kan Want ik ben zelf die brave man.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove