XXVI.
Zeg, hebt gij ooit een uur doorworsteld, dat u scheidde
Van 't oogenblik, waarop uw meisjen u verbeidde?
Kent gij die foltring, waar ook 't ijzren mannenhart
Voor wegsmelt? langste, wreedste en zoetste en teerste smart!
Als iedre zenuw slaat aan 't prikkelen en kittelen -
.....................Het laatste vers van dit koeplet bestaat uit tittelen.