XL.
Toen stond ons meisjen op; bekeek dien brief wat nader,
Eerst zóó, dan zóó, en dacht - aan wien? Wel aan heur Vader!
Denkt ooit een meisje aan iemand anders? en toen keek
Zij in den spiegel en werd beurtlings rood en bleek;
Bedacht zich; leî den brief weer neer, en zuchtte en wachtte,
En eindlijk liep zij ook 't vertrek uit in gedachte.