IX.
Ik min dien winterdag vol bloemen, lied en geur,
Ik min dat zoete feest van suiker en likeur,
Het zielverkwikkend ijs, de schuim der limonade,
'k Zie, liever dan in druk, mijn naam in chocolade!
En, Epikurus, zeg, is niet de lekkre tand
De trouwste paranimf der kies van 't waar verstand?
Vindt me' in de Republiek der stille lekkerbekken
Niet meestal wijze liên of - schadelooze gekken?