CXIII.
De kommandeur, vermoeid, kapot van al de pret,
Sliep wel dien nacht niet veel, maar ging toch vroeg naar bed.
Ik laat den stumper zich hier vreedzaam retireeren
En wil hem liefst niet in zijn.... droomen poursuiveeren.
Schoon hij den aftocht blies, ging 't feest beneden voort,
Men kuste, lachte en sprak en schaterde ongestoord,
Mevrouw gaf aan 't soupé een fijne flesch.... champanje,
En - niemand dacht meer aan het liedje van Kokanje!