XXIII.
Toch had Meneer een club, die aan zijn lippen hing -
't Bewijst niet machtig veel voor dezen vriendenkring -
't Was heusch! een knappe vent - zoo zeî men - en in zaken
Van Politiek was 't best niet met hem slaags te raken!
Nu was de Staatskrant ook zijn ‘cours de politique’
En dat 's een deeglijk werk en duchtig satiriek;
Welks vroolijk mengelwerk en geestige kolommen
Alle' oppositiegeest, zijns inziens, deên verstommen!