XLIX.
Toen voer de duivel in des jonglings ziel: ‘Meneer’ -
Zoo spreekt hij, bijtend in zijn lippen, - ‘Te veel eer!’
De slang sist in zijn hart: Hier kan geen engel zwijgen,
Ik zal dien dommen dwaas het bloed naar 't hoofd doen stijgen! -
Hij denkt volstrekt niet aan de suites van zijn daad,
Hij heeft zijn wraak in 't hoofd - hij aarzelt niet - hij gaat
Brutaal juist vis-à-vis den Ridder zich posteeren....
En, lieve hoorders, hij vangt aan te deklameeren: