XI.
Hoe hij aan 't rijtuig eens haar beentjes had geprezen,
Haar voetjes vergeleek bij die der Pekinezen;
Hoe hij haar Dinsdag had gewaarschuwd voor den tocht,
Hoe hij haar Woensdag een biscuitje had verzocht,
En - hoe hij Donderdag haar heel intiem verteld had,
Dat hem, twee nachten lang, dezelfde mug gekweld had.