VIII.
'k Heb ook wel eens beproefd mij-zelven, mijn gedachten
Te ontvlieden; menigmaal in slapelooze nachten,
Of bij een donkren dag van 't najaar; ik ben meest
Een paar uur in de week mij-zelven tot een geest
Van kwelling, en hoe meer 'k mij-zelf dan wil vergeten,
Hoe vaster ik mij-zelf als aan mij-zelven keten!