X.
Maar wee die bleven! Hoor, het stormt! De scheeve Toren
Van Delft houdt zich weer flink en taai, als ooit te voren;
Maar 't stormt in menig borst, vol angst en onrust, mee.
De moeder strijdt en bidt: de kindren zijn op zee!
En de arme vader gaat zijn weerglas bestudeeren,
Dat zegt ‘veranderlijk’ - als Breêroo: ‘'t kan verkeeren.’