XXIII.
Die liefde was, ja, soms vrij angstig, vrij omslachtig,
(Een kinderlooze mocht wel zeggen - kinderachtig!)
Wat overdreven en onrustig, maar nog meer
Aandoenlijk toch voor wie haar vatt'en, diep en teer.
Reeds van haar kindsheid af, was dit zijn lust en streven,
Niet enkel voor zijn kroost, - doch met haar mee te leven!