C.
Let op: zij knikt en blikt haar Egaê vriendlijk aan
En zegt: ‘Ik heb misschien uit hartlijkheid misdaan
En - uit - nieuwsgierigheid - maar zoudt gij 't niet vergeven,
Althans op zulk een dag, den blijdsten van ons leven?’ -
‘Welzeker, spreek mijn schat!’ - Och, hoorders, na dien brief
En 't pakje annex werd toch de kommandeur zoo lief
Dat, schoon 'k mijn losse tong met honing had bewreven,
Ik al die poezigheid hier moeilijk weêr kon geven!