CIX.
Ik zing de weelde niet van 't weêr verbonden paar,
Ik zeg niet alles wat zij fluistren met elkaêr:
Terwijl haar dankbaar oog bleef op heur moeder staren,
Moest hij het lieve kind nog eens de zaak verklaren:
Wanneer Mevrouw hem toch haar plan had voorgesteld?
En wat hij had gedacht? En wat zij had verteld?
En wie hem had geleerd voor Sint-Niklaas te spelen?
Hij moest van a tot z haar alles mededeelen.