Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

III. in 't bosch.

De Herfstwind huilt door 't eikenbosch, De nacht is vochtig koud; Nat, bibbrend, schuilende in mijn kraag, Draaf ik alleen door 't woud.

Mijn spokende gedachten, zie! Ze draven voor mij uit; En dragen me - als een veer zoo licht - Naar 't huis der verre Bruid.

De wachthond blaft! een half dozijn Lakeien licht mij voor; Ik storm de wenteltrappen op Met kletterende spoor.

't Is in de comfortable zaal Zoo geurig, lekker warm; Daar wacht mij de allerliefste maagd, Daar vlieg ik in haar arm.

En door 't gebladert fluit de wind, Ha, ha! zegt de eikeboom: Wat deert u, dolle ruiter! en Vanwaar die dolle droom?

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove