XXVIII.
Veel liever geef ik een medaille, in goud gesneden,
Hem, die mij zeggen zal, wie 't meeste heeft geleden:
De jonker, die daar vloekt van passie, op zijn paard,
Of zij, die telkens uit het open venster staart
En dan weer neerzijgt en uit wanhoop en misère
Verscheiden pluisjes plukt uit 't dons van haar voltaire?