XXX.
Een ander juicht weer in zijn rijke vadervreugde:
Zijn zoon, een knaapje, dat in Holland niet veel deugde,
En weinig ophad met de studie van 't Javaansch -
Althans Professor zeî, hij maakte 't meer dan Spaansch -
Gedraagt zich braaf in de' Oost, als 't puik der ambtenaren,
En won reeds lauwren om zijn wilde jongensharen.