XXXVII.
De knaap had al van ver het licht in 't oog gekregen;
Hoe zalig klopt zijn hart, zijn blonde Mary tegen!
Zij had zijn beê verhoord en in zijn trouw geloofd!
Nooit schudde 't lokkig haar hem trotscher om het hoofd!
Hij komt - zij wenkt - hij ziet een witten zakdoek wuiven....
Hij gaat met paard en al het venster binnen stuiven....