LXXXVI.
Dies, 't vonnis is geveld, daar niets den dwaas behoedt:
Hij worde ridikuul van top tot teen! Grijpt moed
En luistert! Als ik zeî, de Ridder brak het lakje,
Verscheurde de' omslag toen en vond - een ander pakje,
Maar op dat pakje een brief, een brief aan zijn adres,
Met al zijn namen (drie) en al zijn titels (zes),
En op dien brief een lak met een hoogaadlijk wapen,
Dat hij een heele poos verbluft stond aan te gapen.