Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

LXXVII.

De grijze Bisschop richt zijn oude stramme leên Nu uit den leunstoel op: ‘Gij zijt vast heel tevreên, Mijn kindertjes, niet waar? Ik zal 't nog beter maken, 'k Heb nog een kleinigheid die wel zoo goed zal smaken, Ja! 'k bracht voor elk van u ook een kadeautje meê Dat 'k op mijn reizen kocht, ver over land en zee; Maar dan is 't ook gedaan! want 'k moet aan al de hoeken Van deze groote stad nog lievertjes bezoeken.’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove