LVI.
Begrijpt gij nu waarom die gouden bracelet
Den vader zoo in vuur en vlammen had gezet?
't Kadeau was op zich zelf ook taamlijk onverstandig,
Maar minnaars, vrienden, zijn ook meestal vrij onhandig,
En zoo lichtvaardig, dwaas, vermetel, onbedacht,
Als ik of mijn verhaal, dat iedren vorm veracht,
En dat mij mettertijd ook wel eens op kon breken,
Als 't, op den keper, door de heeren wordt bekeken....