XLI.
Nu is er niemand in die kamer meer, mijn hoorder
En hoorderes, als Gij: en dan die Rustverstoorder,
Die brief, - en ik alleen: Wat zoudt Gij zeggen nu,
Als ik dat mailpapier eens open deed voor U?
Maar neen! 'k wil dat geheim voorloopig niet verklappen -
'k Word oud en wijs, en doe geen roekelooze stappen!