Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

IV.

Maar ik heb eerbied voor die arme vreemdelingen, Die eenmaal zusterliefde en weelde placht te omringen; Nu met een martlaarspalm, dor als een bedelstaf, God smeekende iedren nacht om een vroegtijdig graf, Die vreemde luchten en bedorven freules tergen, Van heimwee smachtend om haar vrinden en haar bergen!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove