XIII.
Wat spreekt men van den Dood, den dood die teedre banden
Verscheurt, de trouwe hand ontrukt aan trouwe handen?
Ach, 't Leven snijdt veel meer de levensdraden af
Der vriendschap, daar ons hart zich blijde aan overgaf!
Hebt lief, o rijke jeugd! Het leven zal u scheiden,
Straks ligt de Zee, of ook de Wereld, tusschen beiden.