Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

LXXXV.

En zoo ik nu al zweeg en wierp dit prul in 't vuur, Toch kwam 't geheimpjen uit en - ter onzaalger uur! Het baat vorst Midas niet of hij met duizend zorgen Zijn akelige kwaal geheim houdt en verborgen.... Wat fluistert daar in 't veld? Zóo zouden vroeg of laat, Waar onze Held passeert, de keien van de straat, De winden over 't plein dien schrikbren kreet doen hooren: Die man is ridikuul, die man heeft ezelsooren!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove