Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

CXVIII.

Dan zou men schreien, neen, maar lachen, lachen dat Het als een donder klonk door deze dwaze stad, Dan, dan vergeet een knaap zijn achttien jonge jaren, Zijn onbezorgd geluk, zijn vriendelijke snaren, Dan grijp ik, (want, helaas, geen wijzer kwam mij voor) Een groot karikatuur bij 't ellang ezelsoor, En zeg hem in 't gezicht dat Neêrlands echte zonen Niet buigen, nu noch ooit, voor zulke lauwerkronen!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove