Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XLII.

Gij kent, mijn hoorders, niet? gij kent Luilekkerland? Gij weet hoe de arme dwaas, die aan dat zalig strand Des levens zorg en smart wil vlieden en vergeten, Eerst door een Rijstberg heen moet worstelen en eten? Die Berg is de oude heer, het meisjen is die kust; Wie haar aanbidden dorst, moest voor zijn zoeten lust Heen bijten door Papa! dat werk was niet vermaaklijk, Een berg van rijstenbrij was haast nog wel zoo smaaklijk!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove