Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

LXXXVIII.

Een groote stilte daalt en heerscht op ons tooneel; Een ieglijk houdt zijn vraag, zijn uitroep in de keel; De Ridder, door een kring van elastieke nekken Omgeven, plooit vergeefs zijn gêagiteerde trekken. Hij schuift ter zijde, alleen, ontvouwt zijn brief, verteert, Verslindt dien met zijn oog en - wat den stumper deert: Stokstijf, bewegingloos, krankzinnig blijft hij staren, Pal - als de huisvrouw Loth's, het puik der zoutpilaren!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove