Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

I.

't Lachend oog, vol liefde en licht, 't Open harte, rein van zorgen, In den zoeten lentemorgen Staart een blij en blond gezicht. Uit de wonderschoone dreven Van het onbekend verschiet Klinkt een vleiend tooverlied, 't Lied van 't jonge leven.... Op zijn zachte melodij Wat al beelden en tooneelen Reizen de peinzende ziele voorbij!

Rozengaarden, luchtkasteelen, Kluisjes staêg vol poëzij; Rijke ekipages of ruischende zalen; Zilveren meeren en lachende dalen: Spelende groepjes van schoonheid en jeugd, Groene terrassen, vol leven en vreugd; Fiere onbekenden, die 't maagdelijk harte Groet, uit de verte, Groet met een blos, met een droom, met een zucht! Op de wolkjes, in de lucht, Zoo ze geen heerlijken bruidstooi ziet zweven, Toch, als in bruidstooi, verschijnt haar het leven, Lacht haar de toekomst, zoo rijk en zoo zoet....

O, Schoone Wereld, wees gegroet!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove