XXV.
Hij vroeg het uur. Helaas, pas tien! Hij rijdt nog even
Het watermolentje om, langs 't park, de vijverdreven;
't Was elf in 't dorp; ai, 't was nog altijd veel te vroeg
Schoon 's minnaars bruisend hart zwaar als de dorpsklok sloeg,
En vlugger dan de hoef van 't paard begon te kloppen; -
Mijn jonker was verliefd, tot in zijn vingertoppen!