XXXIV.
Wat peinst de brave vrouw? Dat zult gij later zien:
't Wordt tijd dat we onzen groet der lieve dochter biên,
Die voor het theeservies juist, enz.! 'k hoor schellen
En ben genoodzaakt mijn verrukking uit te stellen
Tot nader! - 'k geef vooreerst het mooie meisjen op
En vlieg, niet langzaam, naar den blinkend koopren knop
Der deur.... denk niet dat iets bijzonders zal verschijnen,
Want, lieve vriend, die hoop zou ras in rook verdwijnen.