XV.
Ik zeì, Delft is geen graf. 'k Zeg nú, voor kenners oogen
Is daar geen oord veeleer zóó woelig en bewogen!
Toch, zoek geen leven langs de grachten onzer stad,
Want ja, die zijn meestal zoo kaal en eenzaam, dat
Onlangs, naar men vertelt - de jacht was juist pas open -
Een haas, zijn drukten moe, kwam door ons Delft geloopen.