V. getrouwd.
Zijt gij maar eindlijk eens mijn vrouw,
Dan zal u de aard benijden!
Wij leven pleizierig en teeder en trouw,
In 't feestelijkst verblijden.
Ik zal, mijn lief, mijn lam, mijn ooi,
Uw nukken als wetten vereeren; -
Maar, kindlief! vindt je mijn verzen niet mooi,
Dan - ga ik separeeren.
1851.
(Vrij gevolgd.)