XXXIV.
O, groene martlaarspalm, door de englen zelf gevlochten,
Toen Neerland tachtig jaar voor Waarheid had gevochten!
O, Maurits, Vondel, held en zanger, gij, van God!
O, Fredrik-Hendriks eeuw! O, faam van 't Muierslot!
Wat zangen, die men zong, wat strijden, die ze streden....
Maar jammer, dat het al zoo'n poosjen is geleden!