Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

LXXVIII.

Terwijl hij, grommend steeds, die zoete woorden sprak, Verscheen voor 't oog der jeugd een tweede groote zak Van onder 't breed gewaad: de vuurge kleintjes stonden Te happen naar 't kadeau met open rozenmonden, Toen, van den jongste af aan, kreeg ieder, een voor een, Een keurig pakjen uit dien zak der heimlijkheên, Waarop ‘van Sint-Niklaas’ of zoo iets stond geschreven, En waarvoor elk een hand, een kus moest durven geven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove