XVIII.
Hij - 't spreekt van zelf - was jong en schoon en zeer bijzonder,
In 't oog van 't lieve kind, zoo half en half, een wonder.
Een lastige logé, maar die altijd zijn zin
In alles daadlijk kreeg. Hij pakte harten in,
Zoo vlug als iemand die zijn linnen, vesten, frakken,
Op reis met voeten in zijn koffers pleegt te pakken!