XCIX.
't Is treffend dat de man, als bij instinkt, zoo wist
Dat hij te doen had hier met vrouwelijke list,
En zoo gedwee zich onderwierp: mijn eedle Heeren,
Laat ons dit groot geheim bescheiden respekteeren!
Een vrouw die zulk een dwaas door fijn verstand regeert,
Is waardig dat haar wil en wijsheid triumfeert;
Zij liet den man volstrekt niet dansen naar haar pijpen,
Maar wist hem enkel in zijn zwakste zwak te grijpen.