16.
- ‘Mijn Rijkskanselier, zijn uw tranen oprecht?....’
‘Ze zijn,’ snikt de Hofnar, ‘als paarlen zoo echt.’
- ‘Nu rijs op dan en vlug
Naar de stad maar terug!
Den zak weêr gevuld in het land van Kokanje....
Betaal onderweg voor je straf mijn champanje!’