XXVII.
Maar Childe Harold, zoo ik eens in u geloofde,
Als Eva in de slang, die 't Eden haar ontroofde;
Zoo 'k eens, op uw gezag, het leven heb geteld
Geringer dan het stof, mijn verzen of mijn geld;
Zoo 'k immer dweepte, met een ingebeelde smarte,
De menschen haten dorst, de halve wereld tartte....