Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

II.

Maar wee u, waar ge, uw plicht, uw eer, uw rang vergeten, (Een Furie van ons marktplein!) scheldt En raast; en met een heir van woede- en lasterkreten, Maar zonder oordeel, vonnis velt.

Wee, waar ge - uw handen vol met zinlooze pamfletten, Waarin Partijzucht blaast en schimpt, En die ge ons opdischt voor orakelen en wetten, - De vrije Pers als troon beklimt! Of waar gij optreedt, met de jaloezie in de oogen, Maar met een mom voor 't aangezicht, En, huichelaarster! als gij laster spuwt en logen, Zweert dat ge in naam der waarheid richt: O strenge Muze, wee, waar ge als een halfontzinde, Een heks, in wie geen kind gelooft, Met schele blikken loert en rondtast in den blinde En schaamtloos naam en eere rooft! Of waar gij, kind der eeuw, die 't al tot handelswaren Verneêrt, en 't goud als Koning groet, Partij trekt van 't geloof der lichtverleidbre scharen En de eerzucht van het laag gemoed - Waar, geen maîtresse zelfs van weinige uitverkoornen En lievelingen der Fortuin, Gij hun uw rozen schenkt, en schimpend al uw doornen Stort op eens armen minnaars kruin.... Neen, waar ge uw lof, uw gunst aan ieder gaat verkoopen, En 't beeld draagt van een slechte vrouw, Wier ademtocht de ziel des jongen kunstnaars sloopen En 't rijk der kunst verpesten zou.... Had niet een kunstnaar nog wel zooveel bloed in de aêren En zooveel eerbied voor zich-zelf, Dat hij (en zonder drift!) u sleurde bij de haren Van uit uw donker spookgewelf!

1846.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove