XLIV.
En op 't geschreeuw kwam ook de tuinman toegeschoten,
Met twee gespierde knechts, tot 't uiterste besloten,
Gewapend met een hark, een zeissen en een schop;
Eén oogenblik nog en - Fantasio krijgt klop!
Gelukkig hij, dat daar geen snaphaan bij de hand was;
'k Geloof waarachtig, dat hij anders al van kant was!